|
Genade werkt Gods wil uit |
|
Alleen dankzij zijn genade ben ik wat ik ben. En zijn genade is bij mij niet zonder uitwerking gebleven. 1 Korintiërs 15:10
Kun jij zeggen dat je bent wat je bent – door genade?
Dan moet je eerst weten wat genade betekent. Genade is Gods liefde, die aan het werk is in mensen die zijn liefde eigenlijk helemaal niet verdienen. Dat maakt ons tot Gods kinderen. God wil dat en Hij werkt dat uit.
Genade brengt Gods wil tot uitdrukking. Hij wil mensen verlossen uit de macht van de zonde en tot zijn erfgenamen verheffen. Zodra je zijn kind geworden bent, word je daarin bevestigd.
Genade brengt ook Gods werk tot uitdrukking. Hij werkt zijn wil in ons uit: dat we leven voor Hem en door zijn Geest veranderen naar het beeld van zijn Zoon. Zodra je zijn kind geworden bent, gaat Hij met je aan de slag – en Hij zal niet stoppen tot Hij geslaagd is.
Herken je Gods wil in jouw leven? En zijn werk? Hij gebruikt alles om zijn wil in jou uit te werken. Jouw omstandigheden, maar ook jouw temperament en zelfs jouw zonden zijn materiaal voor het doel van zijn genade: een intieme, afhankelijke relatie met Hem, waarin Hij je alles kan geven.
Je loopt in deze wereld tegen je onvermogen aan om God een plezier te doen. En precies daar begint Gods genade: nu kan Hij zijn wil in jou gaan uitwerken.
Wat werkt Gods genade uit? Het maakt je tot wat je bent: een afhankelijk schepsel dat God als Vader nodig heeft en Hem dan ook eert. Je wordt iemand met een afkeer van de zonde, die zijn grootste geluk vindt in Hem. Nu bloei je op tot een geestelijk gezond en volwassen mens, die niet langer op zichzelf gericht is, maar met zijn specifieke mogelijkheden anderen dient.
Bron: www.willemdevink.nl
|

Een man uit de stam Levi trouwde met een vrouw uit diezelfde stam. Zij werd zwanger en bracht een zoon ter wereld. Het was een mooi kind en ze hield het verborgen, drie maanden lang. Toen ze geen kans zag haar zoon nog langer verborgen te houden, nam ze een mand van papyrus, bestreek die met pek en teer, legde het kind erin en zette de mand tussen het riet langs de oever van de Nijl. De zuster van het kind ging een eind verderop staan, om te zien wat er met hem zou gebeuren.
Even later kwam de dochter van de farao naar de Nijl om te baden, terwijl haar dienaressen langs de rivier heen en weer liepen. Zij ontdekte de mand tussen het riet en liet die door een van haar slavinnen halen. Ze maakte de mand open en zag daarin het kind. Het jongetje huilde, en vol medelijden zei ze: ‘Dat moet een Hebreeuws kind zijn.’ Toen kwam de zuster van het kind haar vragen: ‘Zal ik bij de Hebreeuwse vrouwen een voedster gaan zoeken om het kind voor u te voeden?’ ‘Ja, doe dat maar,’ antwoordde de dochter van de farao, waarop het meisje de moeder van het kind ging halen. De dochter van de farao zei tegen de vrouw: ‘Neem dit kind mee en voed het voor me. Ik zal u ervoor betalen.’ De vrouw nam het kind mee en voedde het. Toen het groot genoeg was, bracht ze het naar de dochter van de farao. Deze nam het kind aan als haar eigen zoon. Ze noemde hem Mozes, ‘want,’ zei ze, ‘ik heb hem uit het water gehaald.’
He Qi (1951) brengt met Chinese figuren en gebruiken het bijbelverhaal tot leven.
|
|
Lees meer...
|
|
Het occultisme in de alternatieve genezing. Deel 2 |
|

Walter en Rianne van der Smitte
Klik hier voor deel 1
Wat is nu occultisme?
Occultisme is bezig zijn met verborgen en geheime zaken, het occultisme heeft dus iets geheimzinnigs. In Deuteronomium 29:29 zegt de Heere hier over:
“De verborgene dingen zijn voor de HEERE, onze God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden van deze wet”.
We moeten daar dus afblijven, ook al gebeuren daar nog zulke bijzondere dingen mee. Occultisme heeft te maken met bijgeloof, en bijgeloof en geloof staan in scherpe tegenstelling met elkaar. Suggestie en bijgeloof zijn satans surrogaat voor geloof in God. De mens is daar heel gemakkelijk toe te verleiden. Waar de mens zijn hulp en toevlucht niet meer zoekt bij de Heere God, maar bij, en via, onzichtbare krachten krijgt satan de kans de mens tot slavernij en afhankelijkheid te brengen van zijn demonische invloed. Bijgeloof drijft de mens van zijn Schepper vandaan en dat is wat satan met zijn leugengeesten wil bereiken. In het occultisme wordt gebruik gemaakt van rituelen, magische handelingen en allerlei toverspreuken. Dit in plaats van het gebed tot de Heere God. Het nederige gebed is vervangen door gewichtigdoenerij.
Wat is nu paranormaal?
Paranormaal wil letterlijk zeggen: ‘Naast het normale’. Paranormale begaafdheden zijn een soort ‘charisma’, ‘gaven’ van satan, Gods imitator. Met die ‘begaafdheden’ hoeft men niet zo ‘weg te lopen’ want dit zijn niet de gaven van de Heilige Geest waarbij alleen de Heere Jezus Christus verheerlijkt wordt. Het zijn óók geen natuurlijke gaven zoals mooi zingen of tekenen. Paranormale gaven worden door satan uitgedeeld en voor hen die niet goed uitkijken lijken ze op de gaven van de Heilige Geest! Men wordt bewust of onbewust een knecht, slaaf, een instrument van satan als men zich daarmee inlaat. Ook al denkt de persoon zelf nog zo integer te zijn met z’n werkzaamheden. Occultisme in actieve zin is het bezitten en uitoefenen van krachten. Daaronder vallen o.a. de spiritist (de wit- of zwartmagiër en de paranormaalgenezer (magnetiseur).
Occultisme in passieve zin is het gebruik maken van die krachten, en daardoor onder directe invloed te komen van (die) duistere machten. Hiermee wordt bedoeld dat die cliënt en/of patiënt occult besmet wordt! Occulte besmetting kan veel gevolgen hebben, men is daarvan helaas niet van op de hoogte want anders zou men geen occulte hulpverlener raadplegen. Veel dingen worden weggewuifd, men noemt het soms ook wel kortzichtig omdat satan het sluw weet te verpakken zodat het niet wordt doorzien. Maar . . . . Occult is occult!
Als we het over occultisme hebben praten we over de verschillende gebieden van de duisternis, én de heerser er van! We moeten onthouden dat we het hebben die (nog) tijdelijk z’n gang kan gaan, daarbij moeten we vasthouden dat onze Heere Jezus alles heeft overwonnen op het kruishout van Golgotha, Hij is Heere en Koning. Dat de Heere Jezus bij een onderwerp als dit alle eer krijgt die Hem toekomt is vanzelfsprekend, want door Hem zijn we niet machteloos tegenover de werken van satan, het occultisme. We mogen er in de kracht van Christus, door het geloof, tegen in gaan. We kunnen met recht zeggen: ‘Prijst Zijn grote macht’.
In Efeze 6:10-12 zegt de Heere: “Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in de Heere, en in de sterkte Zijner macht. 11 Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen van de duivel. 12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers van deze wereld, van de duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht”.
Doe de wapenrusting Gods’ aan staat er, weest krachtig in de Heere, in sterkte Zijner macht. Dus zegt de Heere hier; Wees niet bang, je bent niet machteloos, als je maar doet wat Ik zeg en in Mij blijft. Die wapenrustig is ons geloof, het gebed, én het Woord van God, de Bijbel. Dán zullen wij, als we deze zaken vasthouden, door Zijn genade slagen. Hij is onze steun en toeverlaat, juist in de gevaren van het occultisme.
|
|
Lees meer...
|
|
‘ALLE GODSDIENSTEN STREVEN NAAR BARMHARTIGHEID EN LIEFDE’ |
|

Door arabist Hans Jansen
Te veel succes is ook niet altijd goed. Godsdiensten kunnen een maatschappij zo verregaand haar vorm geven dat (haast) niemand in die maatschappij nog ziet dat de basis-axiomata van het maatschappelijk gedrag geleverd zijn door die godsdienst.
Zo leert het christendom dat zwakken geholpen moeten worden. Inmiddels zijn ook moderne ongelovigen daar volledig van overtuigd. Sterker nog, alle moderne politieke partijen prediken dat wie zwak is, recht heeft op hulp. Terwijl het natuurlijk veel efficiënter is om wat vallen wil, een duw te geven.
Godsdienst heeft om te floreren iets nodig dat het als enige aan de klant leveren kan. Een godsdienst die iets predikt waarvan iedereen toch al dacht dat het zo was, trekt weinig bekijks. Uiteindelijk kan je ook geen ijsjes verkopen op de Noordpool, of centraleverwarmingsinstallaties in Thailand. Veel succes betekent dat een godsdienst zijn aantrekkingskracht kwijt raakt.
Het christendom heeft op ongewoon succesvolle wijze een aantal hoogst merkwaardige stellingen erin geramd: schuld bekennen is goed voor u; zieken en zwakken hebben recht op hulp; in metafysische zin bestaat de wereld gewoon, sleutelt u er dus rustig aan want dat geeft baat; scheiding van godsdienst en politiek (‘kerk en staat’) is maatschappelijk heilzaam want meerdere machtscentra die met elkaar touwtrekken is voor iedereen beter dan alleenheerschappij van wie dan ook; het meten met twee maten is een gruwel; pas op want de mens neigt tot kwaadaardigheid en egoïsme; je leeft maar één keer en rust is ook wel eens goed voor een mens; en tot slot: op dezelfde gevallen zijn dezelfde wetten van toepassing.
Een korte rondgang door de maatschappijen van Afrika, het Midden-Oosten en Azië zal laten zien dat diezelfde regels daar niet in aanzien staan. Daarom zal westerse ontwikkelingshulp daar ook nooit werken, want een maatschappij kan zich alleen aan armoede en ellende ontworstelen als het deze regels volgt – maar als het deze regels volgt, is het direct geen arm en ellendig land meer en heeft het geen hulp meer nodig.
Het grappige en wellicht noodlottige van de situatie is nu dat zelfs moderne christenen van allerlei snit en allure vergeten zijn hoe het voortbestaan van onze maatschappijvorm nauw en fundamenteel verbonden is met allerlei christelijke regels die wij nauwelijks nog als religieus, laat staan christelijk beschouwen. Moderne christenen en moderne ongelovigen hebben zich laten wijsmaken dat alle godsdiensten wel zo’n beetje naar het goede streven, en dat het dus allemaal niet zo veel uitmaakt.
Alle godsdiensten streven inderdaad naar wat zij zelf als het goede gedefinieerd hebben. Dat is natuurlijk heel fijn. Maar het goede, dat is per godsdienst echt heel iets anders. Een godsdienst die de nadruk legt op de strijd tegen het kwaad is natuurlijk prachtig, totdat je ontdekt dat volgens de definities van die godsdienst jijzelf het kwaad bent. Een godsdienst die de nadruk legt op barmhartigheid in plaats van op liefde, is natuurlijk prachtig, totdat je je realiseert dat er echt nooit iemand uit barmhartigheid met iemand anders naar bed gaat.
Groter verschil dan tussen barmhartigheid en liefde is nauwelijks denkbaar. Liefde vergeeft, barmhartigheid vergeeft soms wel en soms niet, en is dus een beleefde benaming voor de redeloze willekeur van een superieur. Barmhartigheid daalt van boven naar beneden, liefde daarentegen komt horizontaal. Zo kunnen we nog even doorgaan.
Er bestaat geen enkele menselijke handeling die niet wel eens door een godsdienst is verboden of juist verplicht gesteld. Wie ‘voor alle godsdiensten even veel respect’ wil hebben, kan geen hap meer door zijn keel krijgen, want er bestaat geen voedsel dat niet wel eens door een godsdienst verboden is. Zelfs kraanwater is wel door een godsdienstig totaalverbod getroffen.
De stelling waar deze column over diende te gaan, is dus niet waar. Niet alle godsdiensten gaan over hetzelfde, en roepen mensen op tot dezelfde deugden. Godsdiensten kunnen een maatschappij tot een aards paradijs maken, waarin mensen een leven leiden zonder kiespijn, goed gevoed, frank en vrij, liefdevol en vrolijk. Godsdiensten kunnen een maatschappij ook tot een hel maken, zonder muziek, zonder effectieve medische zorg, zonder goed glas wijn, waar mensen angstig, wrokkig en boos hun dagen slijten, vol afgunst en haat jegens elkaar en de succesvolle buitenwereld.
In beide gevallen is het succes van de godsdienst zo groot en zo totaal, dat haast niemand meer het verband met de godsdienst durft te leggen. Het zou intellectueel maar beter zijn om dat wel te doen. Anders is het niet goed te zien aan welke kant onze boterham gesmeerd is.
Column in het Leidse reformatorische studentenblad Prealabel, Leiden mei 2008
|
|
Janny vindt haar hele keuken vies, terwijl er alleen maar een paar vetspetters op de kookplaat zitten. Hans moet en zal een tien halen voor zijn tentamen Engels, want anders vindt hij zichzelf een stommeling. Zomaar twee voorbeelden van perfectionisme.
Perfectionisme is iets waar we allemaal mee te maken hebben. Óf omdat we zelf perfectionistisch zijn óf omdat iemand in onze omgeving perfectionistische trekken heeft.
Maar wat is perfectionisme precies? Waar komt het vandaan? Wat zijn de kenmerken en wat kunnen gevolgen van perfectionisme zijn? Wat zegt de Bijbel over dit onderwerp? Hier vind je antwoorden op deze vragen.

Wat is perfectionisme? Perfectionisme is het streven naar volmaaktheid bij het uitvoeren van een taak. Als dat de enige betekenis zou zijn, lijkt perfectionisme op het eerste gezicht een positieve eigenschap.
Maar perfectionisme is ook: het stellen van te hoge eisen doordat men het relatieve in de waarde van het object niet kan inzien. Amerikanen stellen het zelfs nog scherper en omschrijven perfectionisme als een ongezond streven naar uitmuntendheid. Perfectionisten geloven namelijk dat ze geen fouten mogen maken en dat ze altijd en overal, in alle situaties, de hoogste staat van perfectie moeten bereiken. Als dat niet lukt, vinden perfectionisten dat ze gefaald hebben.
Er zit dus duidelijk ook een negatieve kant aan perfectionisme. En dat terwijl in onze maatschappij perfectionisme vaak gezien wordt als noodzaak voor succes. Ten onrechte, want recente studies hebben aangetoond dat perfectionisme succes juist in de weg kan staan.
|
|
Lees meer...
|
|
|

Het Christendom heeft in minder dan vier eeuwen het Romeinse rijk voor zich weten te winnen. Dat is van onder op gebeurd, zonder dwang of geweld, zonder overheidsingrijpen of -steun. Integendeel, de overheid van het Romeinse Rijk heeft door Christenen bij tijd en wijle te vervolgen die kerstening zelfs af en toe met dwang en geweld tegengewerkt.
In de periode dat het Romeinse rijk gekerstend werd, viel dat rijk ongeveer samen met het huidige Midden-Oosten, plus Europa tot aan de Donau en de Rijn. Dat wil niet zeggen dat er buiten dat gebied geen Christenen waren. Ten oosten van het Romeinse rijk, in Perzië, konden rond 300-350 al heel wat Christenen worden aangetroffen (later bekend als de Nestorianen). Net buiten de grenzen van het Romeinse rijk leefden bovendien ook de Armeniërs en de Georgiërs, die al rond 300 niet alleen in meerderheid Christen waren maar die het Christendom toen zelfs al als staatsgodsdienst hadden aangenomen. In het Romeinse rijk gebeurde dat kort daarna.
De Moslims hebben ruwweg hetzelfde gebied als dat van het antieke Romeinse rijk in ongeveer één eeuw weten te veroveren, met uitzondering van West-Europa, waar de Moslims in Frankrijk tegengehouden zijn door Karel Martel (732), en met uitzondering van het huidige Turkije en de Balkan, waar de Moslims tot in het midden van de vijftiende eeuw zijn tegengehouden door het Oost-Romeinse rijk, door de Byzantijnen. Desondanks is het een geweldige militaire prestatie van de Moslims dat zij in de zevende eeuw in zo korte tijd een gebied hebben weten te veroveren dat zich uitstrekt van Toledo tot Gibraltar, Tunis, Cairo, Damascus, Baghdad, Mekka en verder. Mohammad, zo stelt de islamitische overlevering, was in 632 overleden en had aan het begin van deze geweldsgolf gestaan. Precies een eeuw later komt er een voorlopig einde aan de militaire expansie van de islam door de islamitische nederlaag bij Poitiers in midden-Frankrijk.
|
|
Lees meer...
|
|
|