|
De oude vrouw staat een tijd bij de halte geduldig wacht zij op de tram. Tenger postuur, een kleine gestalte. Ze is in gedachten bij hem. Haar man, haar geliefde is in een verpleeghuis, hij gaat nu heel snel achteruit. Het valt haar niet mee, 't is stil en is leeg thuis. Ze gaat naar hem toe met wat fruit.
Zijn hoofd op de tafel, zo zit hij te pitten Ze groet hem; 'Hallo lieve schat, ik kom voor jou, ik kom bij je zitten ik heb hier wat fruit, eet toch wat'. Liefdevol schilt zij dan een zacht peertje en stopt stukjes peer in zijn mond. 'Nou dat smaakt best, dat zie ik meneertje en 't peertje is ook nog gezond'.
Zo eet hij 't peertje, stil en gelaten, 't gezicht blijft uitdrukkingsloos. Niet meer in staat om met haar te praten, het maakt haar verdrietig en boos. Dan veegt zij zijn mond af met een servetje, terwijl ze haar tranen verbergt. Ze kan het niet aan, doet stil een gebedje: 'Ziet U niet Heer wat mij dit vergt?'
Ze blijft nog een uurtje en drinkt nog een sapje, dan zegt ze; 'Ik moet nu echt gaan'. Ze geeft hem een zoen, op zijn schouder een klapje. Hij murmelt iets, niet te verstaan. Ze zwaait bij de deur, moe en versleten. Het was weer verschrikkelijk naar. Zijn hoofd ligt op tafel, ze lijkt al vergeten. Dan huilt ze, het valt haar zo zwaar.
De oude vrouw staat nu weer bij de halte ze wacht weer een tijd op de tram. De tranen die stromen, die kleine gestalte gaat nu naar huis zonder hem. Dan bidt ze tot God: 'Heer mag ik vragen, al houd ik veel van mijn man. Dit is voor allebei niet te dragen. Haalt U hem snel als het kan?'
Door Hans Cieremans
Voor meer mooie gedichten zie: www.rondomgodswoord.nl
|