In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is de seksuele moraal van onze beschaving veel ouder dan het christendom zelf.
Van een fallocratische naar een hetero-seksuele beschaving
Rond de zesde eeuw voor Christus waaide een wind van vernieuwing op cultureel, politiek, geestelijk et filosofisch vlak in Zuid-Europa. (1) Filosofen, in het bijzonder Pythagoras en de Eleaten in Zuid-Italië, legden de basis voor de nieuwe mentaliteit die de beschaving van West-Europa tot vandaag de dag zou gaan domineren.
Ook op seksueel vlak zien wij die verschuiving: een fallocratische seksualiteit, waarin de mannelijke autoriteit als steunpilaar van de samenleving fungeerde, maakte plaats voor een nieuw hetero-seksueel ideaal waarin het gezin als de hoeksteen van de samenleving werd gezien. Het mannelijk ideaal in een fallocratische beschaving kan zijn seksuele vertolking in het onderhouden van seksuele relaties met meerdere vrouwen en jongens vinden. De bekendste overblijfselen die ons het fallocratisch ideaal doen kennen zijn Homeros’ Ilias en de werken van Hesiodos.
Niemand weet het nieuwe seksuele ideaal zo krachtig te verwoorden als de Stoïcijnen, die een moraal formuleren. Met hun synthese legden de basis voor de westerse ascese.
In onze westeuropese samenleving is deze hetero-seksuele ethiek nog altijd van kracht. Het feit dat het seksueel verkeer in onze beschaving niet beperkt is tot man-vrouw-relaties en dat veel, zo niet het meeste, geslachtsverkeer zonder bevruchting en zonder gezinsplanning plaatsvindt, wil niet zeggen dat dit ideaal heeft afgedaan. Tot nu toe heeft niets of niemand het wenselijk of nodig geacht dit hetero-seksueel ideaal te vervangen. Een ideaal is namelijk slechts afgedaan wanneer hiervoor een nieuw ideaal in de plaats komt.
De bewering dat de Oudheid toleranter tegenover andere vormen van seksualiteit dan tussen man en vrouw stond dan nu is historisch onjuist. Homoseksuele relaties waren voorbehouden aan een bepaalde klasse en vertegenwoordigden een maatschappelijk ideaal, geen persoonlijke levenkeuze. De passieve rol in de seksuele relaties was voorbehouden aan vrouwen, jongeren en slaven. De vrije mannen die zich prostitueerden, verloren in Athene hun burgerlijke rechten. De passieve homoseksuelen die deelnamen aan de politiek, werden bestraft met de dood. (2) Van een gelijkwaardige positie van homoseksuele partners was dus in de Oudheid geen sprake.
Seksualiteit als weg naar God
Eén van de bijzonderheden van het christendom is dat deze de cultuur, mentaliteit maar ook de moraal van de beschavingen waarin zij wordt aangenomen ondersteunt en doet ontwikkelen. Het christendom gaf aan de hetero-seksuele beschaving die in het westen was ontstaan een nieuwe invulling. Bovendien schepte zij mogelijkheden voor een nieuwe seksuele praktijk.
Zo was maagdelijkheid bijvoorbeeld een ideaal dat in de Oudheid voorbehouden was aan vrouwen. Met de komst van het christendom werd het ook mannen mogelijk naar dit ideaal te streven.
Daarnaast heeft het christendom in onze beschaving ook een blijvende en consequente plaats aan het huwelijk toevertrouwd en daar de bijzondere invulling aan gegeven: sinds de Oudheid geeft de Kerk aan dat het huwelijke een liefdesrelatie tussen twee personen is, terwijl het huwelijk tot die tijd voornamelijk gezien werd als een overeenkomst tussen twee families.
De apostel Paulus heeft als één van de eerste christelijke theologen ook een fundamentele rol gespeeld in de vertolking van de christelijke moraal. In de vierde eeuw schreef een onbekende auteur een fictieve briefwisseling tussen de stoïcijn Seneca en de apostel Paulus. De twee mannen zouden bevriend zijn geweest(3).
In de tijd van Paulus was de vergrijzing van de bevolking, veel meer nog dan vandaag, een permanente zorg. Door uithuwelijking van steeds jongere meisjes werd getracht de vergrijzing een halt toe te roepen. Dit werd tot de val van Rome alleen maar erger. In de tweede eeuw lag de gemiddelde levensverwachting van de inwoners van het Romeinse Rijk onder de 25 jaar! Slechts vier procent van de mannen bereikten de leeftijd van 50 jaar. Bij de vrouwen lag dit percentage nog lager. (4) Van andere zijde zag men verschillende sekten opkomen, die encratisme, (algemene en permanente seksuele onthouding) predikten. Tussen deze twee uitersten bewandelt Paulus de gulden middenweg. Wat in onze ogen misschien heel ascetisch mag overkomen was in de tijd van Paulus een compromis. Eind vierde eeuw vertolkt Augustinus een vergelijkbare positie wanneer hij in De Continentia en De Sancta Virginitate het encratisme van de manicheeërs tegelijkertijd met de seksuele losbandigheid van de heidenen veroordeelt. Zowel Paulus als Augustinus hebben de verdienste om seksuele praktijk in het geestelijk ideaal mee te nemen. Seksualiteit wordt daarmee een deur naar God, een weg tot heiliging.
Mietjes en het Koninkrijk Gods
In I Kor 6,9-10 schrijft Paulus over de vleselijke zonden. Hij geeft hier vier categorieën aan van mensen die geen deel kunnen uitmaken van het Koninkrijk der Hemelen, namelijk hoerenlopers (πορνοί, fornicarii), afgodendienaars, overspeligen (μοιχοί, adulterii), “mietjes” (μαλακοί, molles) en “mannen die met jongens aanliggen” (αρσενοκοίται, masculorum concubitores).
Het woord “μαλακοί” is een vulgaire benaming voor een “slapjanus”, “zwakkeling”, te vergelijken met wat wij in het Nederlands met “mietje” aanduiden. Het woord μαλακοί (evenals ons “mietje”) wordt sinds de Oudheid geassocieerd met homosexualiteit, maar een betere vertaling is de betekenis die het woord vandaag de dag nog in Griekenland aanduidt, namelijk masturbatie.
Het is mogelijk dat de bijbelvertalers liever homoseksualiteit in dit rijtje pasten dan masturbatie, omdat het ene gemakkelijker als verwerpelijke praktijk werd geaccepteerd dan het andere.
Van alle belangrijke Nederlandse vertalingen doet de Statenvertaling het meeste recht aan de grondtekst, door het woord met “ontuchtigen” te vertalen.
De modernere bijbelvertalingen echter slaan werkelijk de plank mis wanneer zij dit woord met “schandknapen” vertalen. (NBG, Willibrord, NBV)
De gevolgen van deze vertaalkeuze zijn vergaand en zegt veel over de tucht die gangbaar was in de kerken van de laatste eeuwen. Blijkbaar is er een tijd geweest dat homoseksualiteit van de kansel veroordeeld werd, terwijl over masturbatie werd gezwegen. Deze tegenstrijdigheid met Paulus’ betoog leidt tot een inconsequente of mogelijk zelfs tegenstrijdige moraal.
Karlheinz Deschner beschrijft in zijn boek “das Kreutz mit der Kirche”, dat de opkomst van de nieuwe denkbeelden van de filosofen van de zesde eeuw voor Christus een aanval betekent op de seksualiteit. In werkelijkheid betekent deze nieuwe beweging het ontstaan van een nieuwe vorm seksualiteit.
Er bestaat geen cultuur (tenzij het een anti-cultuur zoals het satanisme of het atheïsme van de laatste eeuw) die de waarde benadrukken en daarmee voor de gevaren van seksuele passie waarschuwen. Het christendom heeft aan de nieuwe beweging een impuls gegeven.
Daarnaast beweert Deschner dat homoseksualiteit en seks in het algemeen veel vrijer was in de Oudheid historisch onjuist.
In een volgend artikel zullen wij uiteen zetten wat de vernieuwing is die het christendom aan de seksualiteit heeft gebracht.
Noten
1) Werner Jaeger, The Aristocracy: conflict and transformation, in: “Paideia” deel I
2) Maurice Sartre: l’Homosexualité dans la Grèce Antique, in “Amour et Sexualité en Occident” ; Jean-Noël Robert: “Eros Romain”, Les belles lettres, 1997
3) Hoewel de kerkvaders unaniem de authenticiteit niet erkenden van deze briefwisseling, bleef de legende voortbestaan. De eerste Latijnse kerkvader Tertullianus schreef aan het einde van de tweede eeuw “Seneca saepe noster” (“Seneca is vaak de onze”). http://it.wikipedia.org/wiki/Carteggio_apocrifo_di_Seneca_e_Paolo
4) Peter Brown : “The body & society”, 1988, 26