|

Het leven van een islamitische vrouw is niet gemakkelijk. Maar dat van een man is moeilijker. Het is in beide gevallen de islam die hen dit aandoet. Voor mannen is het probleem anders dan voor vrouwen.
Zoals bekend begint de islam met het haast ongelooflijke verhaal van het overdonderende politieke, maatschappelijke en religieuze succes van Mohammed en zijn gezellen in Mekka en Medina. Mohammed (570-632) heeft in geen enkel conflict waarin hij verwikkeld raakte, het onderspit gedolven. Tot zijn laatste ademtocht is zijn leven een aaneenschakeling van triomfen, de ene nog briljanter dan de andere.
Mohammed is, zoals de Koran het uitdrukt, bovendien het grote goede voorbeeld voor elke moslim: uswa Hasana, Koran 33:21. In talloze andere gezaghebbende islamitische teksten wordt Mohammed aangeduid als ‘de volmaakte mens’, al-insaan al-kaamil. In elk van de verplichte dagelijkse vijf gebeden wordt Mohammed genoemd. Niet alleen genoemd: in het gebed zoals de islam dat verplicht stelt, schuiven de islamitische gebedsvoorschriften de persoon van Mohammed tussen de biddende gelovige en diens God.
In de beleving van de moslims zijn Mohammeds successen zo groot geweest dat geen enkele moslim deze ooit zal kunnen evenaren. Elke moslim, hoe hij zijn leven ook aanpakt, weet zich daarom altijd de mindere van Mohammed, de profeet van de islam. Maar moslims hebben tegelijkertijd ook de plicht te proberen Mohammed na te volgen.
Zodoende heeft een mannelijke moslim a priori de mislukking in zijn leven al ingecalculeerd gekregen. Het is immers niet mogelijk het voorbeeld te volgen van iemand die onnavolgbaar is. Een man van normaal postuur die meerdere keren per dag met klem gevraagd wordt nu toch eens een reus te worden, zal zich een dwerg gaan voelen, en daar uiteindelijk niet blij over zijn.
Het leven van een islamitische man is gedoemd om, vergeleken met dat van zijn profeet Mohammed, op een mislukking uit te lopen. De enige triomf op de profeet van de islam die een moslim mogelijk gegund zou kunnen zijn, is de martelaarsdood. Alleen dan heeft hij Mohammed voorbij weten te streven: deze stierf immers rustig thuis, omringd door zijn vrouwen. Alleen van een man die de kroon van het martelaarschap weet te verwerven, kan vergeten worden hoe hij vergeleken bij Mohammed tekort schoot op elk ander gebied.
De uitzonderlijke gevoeligheid onder moslims jegens het beschimpen van de Profeet van de islam hangt hier mee samen. Als Mohammed al beschimpt wordt door de ongelovigen, hoe veel te meer zullen de ongelovigen dan gewone moslims verachten – die immers van zichzelf geloven dat zij nog niet in de schaduw van Mohammed kunnen staan.
Het christendom heeft het wat dit betreft beter voor elkaar. Navolging van Jezus betekent lijden en sterven. Lijden en sterven krijgt ieder mens geheel automatisch onder de knie. Daar is verrassend weinig moeite voor nodig. En of de lijdende christen daadwerkelijk gelooft in de opstanding, is lastig controleerbaar. Laten we maar hopen van wel.
Het christendom is gebouwd op een nederlaag: het lijden en sterven van Jezus. De islam is gebouwd op een succes: de triomfen van Mohammed. De levens van de gelovigen weerspiegelen dat. Christenen (en hun nazaten) beschouwen lijden, mislukking en nederlaag als de vooravond van een opstanding, en de mogelijkheid van een nieuw begin. Moslims wordt de voldoening over een eventueel behaald succes direct weer ontnomen. Vergeleken bij de voorspoed van Mohammed moet elk aards succesje dat zij weten te behalen wel als een armzalig falen en tekortschieten worden beschouwd.
Hans Jansen
|